• Kunstgalerij 'het Naakt' - Juryselectie mei 2016

    Mijn beeld was een van de 20 genomineerden. Dit is de juryselectie van AVROTROS Kunstwedstrijd ‘het Naakt’. Uit 3500 inzendingen koos de jury 20 werken die werden geëxposeerd in Museum de Fundatie. Uiteindelijk won Inke Brugman met haar werk 'The Little Boy' de juryprijs en Paul de Bie ging er met zijn werk 'Sabina’s Room' met de publieksprijs vandoor. Jury: Ralph Keuning - directeur Museum de Fundatie - en beeldend kunstenaars Marte Röling en David Bade. Mei 2016.


    web.avrotros.nl/cultuur/kunst/overview/naakten-stemmen
  • Expositie ‘Humor en ernst’ bij Atalanta.

    Expositie ‘Humor en ernst’ bij Atalanta. Ergert u zich ook zo over de bezuinigingen in de zorg? Kom dan eens kijken naar de keramiekbeelden die ik hierover gemaakt heb. Ze zijn grappig en ernstig tegelijk. Bijgevoegde foto van het beeld ‘Geen zorg’ was genomineerd voor de AvroTros kunstprijs. Ik maak keramiekbeelden van maatschappelijke onderwerpen die mij raken en ontroeren, maar de humor moet wel aanwezig blijven. Een ander thema is niet bestaande dieren met een menselijk trekje die gemaakt zijn naar aanleiding van gedichten van C Buddingh en van mijzelf. Die gedichten zijn ook aanwezig en kunnen gelezen worden. De tuin heeft weelderig bloeiende planten en struiken, afdakjes en leuke hoekjes waarin u de verdekt opgestelde beelden kunt ontdekken. De tuin, huiskamer en de vitrinekast in de gang zijn deze dag als galerie ingericht met keramiek en schilderijen. U kunt overal kijken en zitten, binnen of buiten. Ook kunt u op uw gemak even een gratis kopje koffie of thee drinken. Kom eens kijken in de Stadsbeeldentuin Atalanta van Jannie van de Luijtgaarden. Open op zondagmiddag 17 juli tussen 12 en 16 uur op de Gonzagaruimte 35 in de wijk Noordhove Zoetermeer. De tuin is gratis toegankelijk. De ingang is aan de tuinkant, met de vlinder op de deur. U bent van harte welkom op deze gezellige zondagmiddag.


  • MCA Alkmaar 2010

    Op 3 april 2010 wordt in het MCA Alkmaar bij de hoofd ingang de expositie ‘Humor en emotie’ van Jannie van de Luijtgaarden gestart. Deze is te bezichtigen tot 28 mei. De kunstenares is Maatschappelijk werker van beroep maar heeft haar uitingsvorm in de kunst gevonden. Zij vindt het belangrijk om beelden te maken die mensen emotioneel raken. Zij verwoordt in haar beelden dagelijkse emoties zoals verdriet, woede, maar ook blijdschap en plezier. De humor in het werk heeft zij gevonden bij de gedichten van C Buddingh’, ‘de Gorgelrijmen’. Deze sloten naadloos aan bij het maken van mensdieren, humor met een droefgeestige ondertoon. Er ontstond een serie van twaalf Gorgelporgels. Niet bestaande dier combinaties. Hieruit ontstonden weer mens-dier combinaties, zoals de Zwanenmannen. Daarnaast inspireert de natuur in haar tuin ook tot het maken van groot formaat bloemen. Hebt u wel eens een Zwanenman of Blauwbilgorgel gezien? Dan hebt u nu de kans. Er zijn in de entreehal rond de 20 beelden te bezichtigen van kind, dier, mens en torso`s. De vormgeving is abstract en figuratief. De keramische beelden zijn Raku gestookt en krijgen daardoor een bijzondere kleurschakering en glans.


  • Expositie Gorgeldieren in de Centrale Bibliotheek jan.-mrt 2009

    Ontstaan van de Gorgelrijmen van Buddingh C.Buddingh (1918-1985), een Dordse dichter met een kenmerkend stemgeluid, debuteerde kort voor de tweede wereldoorlog met romantische verzen, maar kreeg in het begin van de jaren vijftig grote bekendheid met zijn Gorgelrijmen. Maar het oergorgelrijm, ‘De Blauwbilgorgel’, schreef hij al in januari 1943 in een sanatorium in Soest waar hij verbleef voor het behandelen van zijn tuberculose. De naam onstond na het lezen van een verhaal van een Engelse kinderboekenschrijfster Edith Nesbitt. Daar kwam het woord ‘bluebillgurgle’ in voor. Dat heeft hij letterlijk vertaald in ‘blauwbilgorgel’ en is daar een beetje mee gaan spelen. Toen hij daar mee bezig was zijn hem ook andere dieren ingevallen, zoals de ‘Gringergoriaan’, de ‘Bozbesbozzel’, de vogel ‘Kraps’. De eerste vier gorgelrijmen verschenen in het dubbelnummer 25/26 van de derde jaargang(1943) van de Schone zakdoek. Waar het hun nonsensicale karakter betreft zouden die rijmen helemaal in de surrealistische traditie passen. In de loop van de jaren breidde het aantal gorgelwezens zich langzaamaan verder uit. In 1950 dook de ‘Jenk’ op in de Gids. En kort daarna verschenen ‘De Schommerhannep’, en de ‘Zwalm’ in het tijdschrift Libertinage. In 1951 meldden zich weer twee gorgeldieren, ‘Het Kokootje’ en de ‘Domoorworm’, dit keer opnieuw in de Gids. Van het toenmalige Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, kreeg Buddingh een schrijfopdracht voor een hele serie nieuwe gorgelrijmen. Het werken aan de gorgelrijmen gebeurde in 1953 voor een groot deel in een brugwachtershuisje bij de Leuvebrug in Dordrecht, dat Buddingh als zijn werkkamer gebruikte. Zijn jeugdvriend Anthony Bosman zei over de nieuwe gorgelrijmen dat ze niet alleen maar nonsens zijn, er ligt een zekere tragiek aan ten grondslag, eigenlijk zijn zij alle voortgekomen uit een gevoel van eenzaamheid, dat de dichter met spot beschouwt. •